Wie dit jaar een nieuwe smartphone of tablet op het oog heeft, kan beter alvast rekening houden met een hogere prijs dan verwacht. En het heeft weinig te maken met toeval of eenmalige tekorten. De oorzaak zit dieper dan dat, en ze heet AI.
Hoe AI de chipmarkt opeet
De vraag naar geavanceerde halfgeleiders is in korte tijd zo hard gestegen dat fabrikanten de vraag niet meer bijhouden. Grote techbedrijven als Google, Microsoft en Meta investeren tientallen miljarden in AI-infrastructuur en kopen daarvoor chipruimte op bij producenten als TSMC en Samsung Foundry. Die capaciteit is niet onbeperkt.
Het gevolg: de chips die normaal in jouw volgende telefoon zouden belanden, gaan nu naar datacenters. Chipfabrikanten hebben simpelweg liever grote zakelijke orders dan de gefragmenteerde consumentenmarkt. Wie het meeste betaalt, gaat voor.
Minder opslag voor meer geld
Eén van de meest tastbare gevolgen voor gewone kopers is de verschuiving in opslagcapaciteit. Smartphones die een jaar geleden standaard met 256GB kwamen, verschijnen dit jaar steeds vaker met 128GB als basisoptie, terwijl de prijs nauwelijks daalt of zelfs stijgt. Hetzelfde geldt voor tablets: je betaalt meer, maar krijgt minder.
Dit is geen bewuste strategie van fabrikanten, maar een reactie op de markt. Geheugenproducenten als Micron en SK Hynix geven prioriteit aan HBM-geheugen dat voor AI-servers bestemd is, boven de LPDDR-chips die in smartphones gaan. De consument betaalt het verschil.
Wil je toch een goed apparaat voor minder geld? Dan is een refurbished toestel misschien de slimste keuze. Lees meer in ons artikel over refurbished apparaten.
Welke merken voelen dit het meest
Niet ieder merk zit in dezelfde positie. Samsung heeft als chipmaker én smartphonefabrikant een dubbelrol: ze produceren zelf geheugen en processors, maar zien ook hoe die componenten meer waard worden op de open markt. Dat geeft ze enige flexibiliteit, maar beschermt ze niet volledig.
Apple is sterk afhankelijk van TSMC voor de productie van zijn A- en M-chips. TSMC draait op volle toeren, maar ook Apple betaalt hogere productiekosten dan vorig jaar. Die kosten komen uiteindelijk bij de koper terecht.
Midrange-merken als Xiaomi, OnePlus en Realme zijn het kwetsbaarst. Ze hebben minder onderhandelingspositie bij chipmakers en absorberen schommelingen minder makkelijk. Toestellen in de 300-500 euro-range, normaal de beste prijs-kwaliteitverhouding, leveren dit jaar minder voor hetzelfde geld.
Kopen nu, of wachten
Dat hangt af van je situatie. Als je smartphone het nu al laat afweten, heeft wachten weinig zin: de prijzen stijgen de komende maanden waarschijnlijk verder. Wie nog een jaar of twee kan doorwerken met zijn huidige telefoon, doet er goed aan dat te doen.
Wil je toch iets nieuws, let dan op deze drie dingen:
- Kijk naar vorig jaar's modellen. De Samsung Galaxy S24 of iPhone 15 doen alles wat je nodig hebt, en kosten nu flink minder dan hun opvolgers.
- Vermijd instapmodellen. Die lijden het meest onder de besparingen van fabrikanten. Een toestel in de 250-350 euro-range geeft je dit jaar minder dan je gewend bent.
- Overweeg refurbished. A- of B-grade gereviseerde toestellen van een jaar of twee oud presteren uitstekend en worden niet geraakt door de huidige prijsstijgingen.
Wil je weten hoe je ook langer doet met je huidige toestel? We geven praktische tips in ons artikel over de levensduur van je telefoon.
Wat AI op je telefoon zelf kost
Er is nog een andere kant aan het AI-verhaal: de functies die fabrikanten nu als verkoopargument gebruiken, vragen ook rekenkracht in het toestel zelf. Apple Intelligence, Google Gemini en Samsung Galaxy AI zijn allemaal afhankelijk van snellere, gespecialiseerde chips. Meer chip betekent een hogere prijs voor de eindgebruiker.
Of die AI-functies de meerprijs waard zijn, is een andere vraag. We schreven er eerder al over in ons overzicht van AI-tools op smartphones.
Wanneer het minder wordt
Analisten verwachten dat de druk op de chipmarkt de komende 12 tot 18 maanden aanhoudt. Nieuwe chipfabrieken van TSMC, Intel Foundry en Samsung Foundry gaan de komende jaren pas echt productie opleveren. Tot die tijd blijft de vraag groter dan het aanbod.
Er is wel een positieve kant: naarmate AI-chips efficiënter worden, daalt de vraag per eenheid rekenkracht. Maar dat is een ontwikkeling voor de langere termijn. Voor de rest van 2026 geldt: je betaalt meer, en dat is geen tijdelijke storing maar een structurele verschuiving in de markt.
De slimste zet? Weet wat je koopt, vergelijk goed, en overweeg of een iets ouder toestel je beter uitkomt. Want gadgets worden er niet slechter op door een jaar te wachten. Bright.nl berichtte hier eerder al over, en de verwachting is dat dit geen eenmalig fenomeen is.